PEITO17AO-A: C# Module 3 – Object-oriented programming

Samengevat: Kunnen uitleggen wat OOP is en waarom het belangrijk is

Classes & objects

  • Uit kunnen leggen hoe classes en datattypes zich tot elkaar verhouden
  • Kunnen maken van classes
  • Kunnen uitleggen waarvoor constructor methods nodig zijn
  • Kunnen maken van constructor methods, eventueel overloaded, en met parameters
  • Uit kunnen leggen waarom properties de voorkeur hebben boven gewone variabelen
  • Properties kunnen maken, Auto-implemented properties kunnen maken
  • Methods kunnen maken, static en non-static, met return types en parameters.
  • Het verschil tussen value en reference type kunnen uitleggen. Hierbij bekend zijn met de termen stack en heap.

Encapsulation

  • Uit kunnen leggen waarom encapsulation belangrijk is.
  • Encapsulation kunnen toepassen op variabelen en methods.

Inheritance

  • Uit kunnen leggen wat het nut is van inheritance
  • Inheritance kunnen toepassen.

Polymorphism

  • Het principe van polymorfisme uit kunnen leggen
  • Kunnen casten tussen types
  • Weten wanneer casting mogelijk is, en wanneer niet.
  • Correct kunnen gebruiken van de keywords virtual en override

Interfaces

  • Uit kunnen leggen wat een interface is
  • Interfaces kunnen maken
  • Classes kunnen maken die interfaces implementeren

Assemblies

  • Uit kunnen leggen wat een assembly is
  • Assemblies van anderen kunnen gebruiken, en eigen assemblies door anderen laten gebruiken.

Presentaties:

Eindopdracht : Leven 1 en 2: